Lachgas is leuk?

Een ballon kost 3 euro

Mijn zoon van 18 heeft het wel eens gedaan. Lachgas kopen tijdens het uitgaan. Je koopt voor 3 euro een ballon en ademt in en uit. Alsof je dronken bent, vertelde hij. Een korte roes, je wordt licht in je hoofd, voelt minder pijn en je spieren ontspannen. 
De ballonnen vul je vanuit een grote lachgastank. En je kunt in kookwinkels ook kleine patronen kopen; het zijn eigenlijk patronen voor slagroomspuiten. Die kleine lachgaspatronen kosten ongeveer 50 cent per patroon.

Huurder Gert handelt in lachgas 
In mei 2019 wordt Gert aangehouden door de politie met gasflessen in zijn auto. De flessen worden in beslag genomen. In juni doen politie en brandweer een controlebezoek in zijn woning. Ze vinden heeft 64 flessen met lachgas in zijn berging, genoeg voor 12.750 ballonnen. De flessen zijn deels leeg en deels vol. De politie zegt dat Gert de flessen weg moet halen omdat opslag van lachgas gevaarlijk is. Dat doet Gert en twee dagen later zijn ze weg.


De verhuurder wil de huur beëindigen
Dan komt de verhuurder, een woningcorporatie, in beeld. Op 9 juli is er een gesprek met Gert, waarin hij zijn excuses aanbiedt. Maar dat is voor de verhuurder niet genoeg. Zij willen de huurovereenkomst beëindigen en starten een procedure. Zij vragen de rechter de huurovereenkomst te ontbinden. Dat kan alleen als de huurder wanprestatie pleegt, dus een regel uit het huurrecht overtreedt. In het Burgerlijk Wetboek en in de huurvoorwaarden staat geen verbod op het opslaan van lachgas in de woning. Welke regel uit het huurrecht overtreedt de huurder hier dan?

De rechter vindt dat Gert geen goede huurder is (artikel 7:213 BW – ‘de huurder moet zich als goed huurder gedragen’).
Gert had moeten weten dat hij gevaarlijk bezig was, want:
•    Op het etiket staat de gasflessen brandgevaarlijk zijn.
•    De politie had eerder flessen in beslag genomen.
•    Het is algemeen bekend dat gas onder druk gevaarlijk is.
Gert heeft de flessen dicht bij elkaar zonder bescherming in zijn berging gezet. Daarom is hij geen goede huurder.

lachgas

foto: rtlnieuws.nl

Gert is zijn woning kwijt
Gert is anderhalf jaar op vrije voeten en woont net zelfstandig na een periode van begeleid wonen. Een nieuwe woning zal hij niet zomaar kunnen vinden. Toch besluit de rechter dat Gert moet vertrekken. Dat is streng, maar de rechter vindt het nodig om hier een harde lijn te trekken, want:
•    het gebruik van lachgas brengt grote maatschappelijke problemen mee, bijvoorbeeld meer werk voor de gezondheidszorg en vervuiling van de buurt.
•    Handel in lachgas trekt criminaliteit aan. Dat is te vergelijken met hennepkwekerijen in huurwoningen. Woningcorporaties mogen streng optreden omdat zij de leefbaarheid in een buurt moeten bewaken.
•    lachgas is explosief en opslag daarvan geeft omwonenden een onveilig gevoel.

Uitspraak van de Rechtbank Gelderland 15 januari 2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:281 >>

Nieuws

Vader overlijdt. Mag 24-jarige dochter in de woning blijven?

 

Dochter Diane is 24 jaar, als haar vader plotseling overlijdt. Ze woont bij hem in huis en wil het huurcontract overnemen. De verhuurder weigert. Maar de rechter oordeelt anders: Diane mag blijven. 

Deze uitspraak klopt met de wet, maar niet met het beleid dat veel woningcorporaties hebben. 

Beleid van woningcorporaties

 

Vaak staat in beleid zoiets:

  • inwonende kinderen hebben geen recht op medehuur. Ook niet op voortzetting van de huur bij overlijden van de huurder.

  • tenzij ze ouder zijn dan 35-40 jaar of mantelzorger zijn.

  • en zij vanaf hun geboorte onafgebroken thuis zijn blijven wonen.

  • voor achterblijvende kinderen zoeken we naar een passende oplossing, bijvoorbeeld een jongerenwoning.

Dit beleid kun je niet altijd strikt toepassen. Dat blijkt hier, want Diane was 24 en woonde nog maar 3 jaar bij haar vader. 

Wat staat in de wet?

 

Uit de wet volgt dat Diane de huur mag 'overnemen' als zij voldoet aan deze voorwaarden:

  • De woning is haar hoofdverblijf.

  • Zij kan de huur betalen.

  • Zij kan een huisvestingsvergunning krijgen, als dat nodig is in de gemeente waar de woning staat.

  • Zij had een ‘duurzame gemeenschappelijke huishouding’ met de overleden huurder.

 

De meeste kinderen voldoen niet aan dit laatste criterium. De samenwoning tussen ouders en kinderen is ‘naar zijn aard’ niet duurzaam. Want de meeste kinderen vliegen uit, op enig moment. Ze wonen thuis, maar niet duurzaam, niet gericht op de toekomst.

 

Wat maakt deze zaak anders? 

Het draait hier om het criterium ‘duurzaam gemeenschappelijke huishouding’. Dit criterium heeft twee onderdelen.
 

1.    Gemeenschappelijke huishouding.

Hieraan voldeden vader en dochter, aldus de rechter. Want:

  • Dochter werkte en had een inkomen. 

  • Zij deed met haar vader wekelijks boodschappen. 

  • Aan het begin van het jaar nam zij geld op, waarmee het hele jaar contant de boodschappen en andere kosten werden betaald. 

  •  Uit verklaringen van familie, vrienden en buurtbewoners blijkt dat dochter ook kookte en veel andere huishoudelijke taken deed.

 

2.    Duurzaam.

Dit is het grootste knelpunt in deze zaak. Meestal wonen 24-jarige kinderen niet duurzaam samen met hun ouders. Zij zullen meestal op zoek zijn of op zoek gaan naar eigen woonruimte. Dat was hier anders, aldus de rechter. Want:

  • Dochter koos bewust om met vader te gaan samenleven, ondanks haar leeftijd.

  • Zij deed dat omdat vader hulp nodig had, maar ook vanwege gezelschap.

  • Zij zocht niet naar eigen woonruimte. Ze stond niet ingeschreven bij WoningNet. 

  • Dochter heeft een Eritrese achtergrond. In die cultuur is samenleving tussen ouder en volwassen kind gebruikelijk.

  • Zij woonde nooit eerder bij haar vader voordat ze op 21 jarige leeftijd bij hem introk. Dit duidt erop dat haar verblijf niet tijdelijk bedoeld was. 

  • Zij was van plan om samen met haar vader een (ruimere) woning te kopen, met het oog op een toekomst samen. Haar inkomen was te laag voor een hypotheek. Het inkomen van vader ook. Hun gezamenlijk inkomen was echter wel hoog genoeg. Kort voor het overlijden reageerde zij op twee koopwoningen op Funda, die zij samen wilden gaan bezichtigen.
     

Rechtbank Amsterdam 18 december 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:6370  >>

hoofdstuk 3.1 vraagteken.png
Kan de verhuurder de huurder vragen om zelf de huur op te zeggen?

 

Ja, dat kan maar let op: geef de huurder bedenktijd, zodat hij juridisch advies kan inwinnen. Dat bepaalde de rechter in Almere twee weken geleden.
 
De zaak was duidelijk: de huurder pleegde wanprestatie. De politie had bedrijfsmatige prostitutie geconstateerd in de woning. Bovendien waren er klachten over overlast. 

Ondanks gesprekken en waarschuwingen stopte de huurder er niet mee. Voor de verhuurder was de maat vol: deze huurder moest vertrekken. Om een rechtszaak te voorkomen nodigde hij de huurder uit voor een gesprek. 

Aan het eind van dat gesprek ondertekent een huuropzegging per 30 oktober 2020. De verhuurder bevestigt de opzegging met een brief. Het komt toch tot een rechtszaak omdat de huurder weigert de woning te ontruimen. De huurder betoogt dat de huuropzegging ongeldig is, omdat de verhuurder hem geen bedenktijd heeft gegeven na het ondertekenen van de huuropzegging. 
 

Vooral woningcorporaties moeten voorzichtig zijn 

 

De rechter gaf de huurder gelijk. De verhuurder is een sociale woningcorporatie en sluit daardoor soms huurovereenkomsten ‘met maatschappelijk en/of sociaal zwakkere mensen’, aldus de rechter. Daarom moet de verhuurder ‘zeker bij zulke verstrekkende handelingen als het opzeggen van een huurovereenkomst door een huurder, uiterst zorgvuldig en voorzichtig te werk te gaan’.

Dat heeft de verhuurder hier niet gedaan.

 

Wat had de verhuurder anders moeten doen?

 

  • De verhuurder had voorafgaand aan het gesprek op 27 augustus 2020 de huurder moeten informeren dat het gesprek onder andere zou gaan over huuropzegging door de huurder. De huurder had zich dan kunnen voorbereiden en juridisch advies inwinnen.

  • De verhuurder had een bedenktermijn moeten geven aan de huurder om zich hierover te beraden en om alsnog juridisch advies in te winnen. Zeker omdat de verhuurder wist dat de huurder psychische klachten had.

  • Tot slot weegt mee dat het gesprek op het kantoor van de verhuurder plaats vond. Daardoor ontstond een ongelijkwaardige verhouding.

 

Conclusie: de huuropzegging is ongeldig.

 

Toch loopt het voor de verhuurder goed af. Zijn advocaat heeft de vordering in deze rechtszaak namelijk ook gebaseerd op wanprestatie van de huurder en hij heeft de rechter gevraagd om toestemming te geven voor ontruiming. Dat doet de rechter.

Rechtbank Midden-Nederland 12 november 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:4921  >>